Snert uit de slowcooker: zo maak je de lekkerste erwtensoep

Snert in de slowcooker zetten is de makkelijkste manier om een dikke, rijke erwtensoep te maken zonder dat je er de hele dag naast hoeft te staan. Je gooit alles erin, zet het apparaat aan en een paar uur later staat er een pot soep die smaakt alsof je er uren aan hebt gewerkt. En dat klopt eigenlijk ook, want de slowcooker doet al dat werk gewoon voor je.
Erwtensoep leent zich perfect voor de slowcooker. De lage, gelijkmatige temperatuur zorgt ervoor dat de spliterwten langzaam zacht worden en de smaken goed in elkaar trekken. Het resultaat is een soep die dik genoeg is om een lepel rechtop in te laten staan, precies zoals het hoort.
Ingrediënten voor snert in de slowcooker
Voor een flinke pan snert heb je grofweg de volgende ingrediënten nodig:
- 500 g gedroogde spliterwten
- 1,5 liter water
- 400 g schouderkarbonades, zonder bot, in stukken gesneden
- 2 speklappen, in blokjes gesneden
- 2 à 3 prei, in ringen
- 3 à 4 stengels bleekselderij, in stukjes
- 2 à 3 middelgrote aardappelen, in blokjes
- 1 à 2 winterwortelen, in plakjes
- 1 knolselderij of een half pakje knolselderijblokjes
- Rookworst (toevoegen aan het einde)
- Zout en peper naar smaak
Spliterwten hoef je in de slowcooker niet per se vooraf te weken, maar een nacht weken in koud water verkort de gaartijd wel en geeft een iets romiger resultaat. Als je ze droog gebruikt, reken dan op een langere kooktijd.
Stap voor stap snert in de slowcooker bereiden
Het proces is eenvoudig. Spoel de spliterwten goed af onder koud water. Doe ze daarna samen met het water, de schouderkarbonades en de spekblokjes onderin de slowcooker. Voeg dan het groente toe: prei, bleekselderij, wortel, aardappel en knolselderij. Roer alles kort door elkaar en zet de slowcooker op de laagste stand.
Op de lage stand is de soep na 8 tot 10 uur klaar. Wil je sneller klaar zijn, zet hem dan op de hoge stand. Dan is de snert na 4 tot 5 uur goed. Heb je de lage stand de hele nacht laten draaien, dan heb je de volgende ochtend een kant-en-klare maaltijd.
Haal tegen het einde van de kooktijd de schouderkarbonades eruit. Trek het vlees uit elkaar met twee vorken en doe het terug in de soep. Voeg de rookworst in plakjes toe en laat die nog 20 tot 30 minuten mee warmen op de hoge stand. Breng dan op smaak met zout en peper.
Tips voor de dikste snert
Snert wordt vanzelf dikker naarmate hij langer staat. De spliterwten lossen gedeeltelijk op en binden de soep. Wil je hem extra dik, prak dan een deel van de soep met een stamper of gebruik een staafmixer om er even doorheen te gaan. Een paar slagen is genoeg; je hoeft de soep niet helemaal glad te maken.
Snert van de dag erna is altijd beter. De soep trekt verder en wordt steviger. Maak je hem op vrijdag, dan heb je op zaterdag een perfecte lunch. Je kunt snert ook prima invriezen in porties. In de vriezer blijft hij tot drie maanden goed.
Een veelgemaakte fout is de rookworst te vroeg toevoegen. Rookworst heeft maar weinig gaartijd nodig en als hij uren meekookt, verliest hij zijn smaak en wordt hij papperig. Voeg hem altijd pas in de laatste 20 tot 30 minuten toe.
Kan alles zomaar in de slowcooker?
Bijna alles voor snert gaat prima direct in de slowcooker zonder voorbereiding. Toch is het de moeite waard om de spekblokjes en eventueel de karbonades even kort aan te bakken in een koekenpan voordat je ze erin gooit. Dat geeft extra smaakdiepte door de karamelisatie van het vlees. Het is geen vereiste, maar het verschil merk je wel.
Gebruik je een kleinere slowcooker van 3,5 liter, halveer dan de ingrediënten. De meeste slowcookers voor gezinsgebruik hebben een inhoud van 5 tot 6 liter, wat precies past bij de hoeveelheden hierboven en goed is voor 6 tot 8 flinke borden soep.
Snert in de slowcooker is een van de meest praktische gerechten die je in dit apparaat kunt maken. Je hebt er weinig werk aan, het resultaat is consistent goed en je hebt in één keer genoeg voor meerdere dagen. Zet hem ’s avonds aan op de lage stand en geniet de volgende dag van een echte, doorgewarmde Nederlandse wintersoep.



