Traybake spruitjes met spekjes: makkelijk en smaakvol uit de oven

Een traybake met spruitjes en spekjes is precies zo simpel als het klinkt: alles op één bakplaat, de oven in, en na een halfuur staat er een heerlijke maaltijd op tafel. Het gaat om spruitjes die zacht worden vanbinnen en krokant aan de buitenkant, gecombineerd met hartige spekjes die de groenten extra smaak geven. Je hebt amper vijf minuten nodig om alles voor te bereiden.
Dit gerecht werkt goed als doordeweekse maaltijd omdat je er nauwelijks naar om hoeft te kijken. Terwijl de oven het werk doet, kun je de rest van de dag afmaken. Voeg aardappelblokjes toe en je hebt direct een complete, vullende schotel zonder dat je een apart bijgerecht hoeft te maken.
Wat je nodig hebt voor traybake spruitjes spekjes
Voor vier personen heb je ruwweg 600 à 700 gram verse spruitjes nodig, 150 gram spekblokjes of reepjes gerookt spek, en 500 gram aardappels (vastkokend werkt het best). Verder heb je een scheut olijfolie, zout, peper en eventueel knoflookpoeder nodig. Dat is alles.
Verse spruitjes leveren het lekkerste resultaat. Ze worden in de oven mooi goudbruin en verliezen de bittere smaak die ze soms hebben als je ze kookt. Diepvriesspruitjes kunnen ook, maar die geven meer vocht af waardoor je minder knapperig eindresultaat krijgt. Zet ze dan eerst even goed droog met keukenpapier.
Zo maak je de traybake stap voor stap
- Verwarm de oven voor op 200 graden (hetelucht 180 graden).
- Was de spruitjes en verwijder de buitenste blaadjes. Snij ze doormidden zodat ze sneller gaar worden en meer knapperig oppervlak krijgen.
- Schil de aardappels en snij ze in blokjes van ongeveer 2 cm. Houd ze gelijk van formaat zodat alles tegelijk gaar is.
- Leg de aardappelblokjes op de bakplaat, besprenkel met olijfolie en breng op smaak met zout en peper. Zet ze als eerste in de oven voor 10 à 15 minuten.
- Voeg daarna de spruitjes en spekblokjes toe aan de bakplaat. Schud alles even door elkaar.
- Bak nog 20 à 25 minuten totdat de spruitjes zacht zijn en de randjes beginnen te kleuren. De spekjes zijn dan krokant en hebben hun vet losgelaten, wat de rest van de groenten extra smaak geeft.
Laat de bakplaat niet te vol worden. Gebruik zo nodig twee platen. Als de groenten te dicht op elkaar liggen, gaan ze stomen in plaats van roosteren en krijg je een slappe textuur in plaats van knapperige randjes.
Variaties die goed werken
Je kunt de traybake eenvoudig aanpassen naar wat je in huis hebt. Een eetlepel honing over de spekjes en spruitjes vlak voor het bakken geeft een licht zoete glans die goed combineert met het zoute spek. Een scheutje balsamicoazijn over het eindresultaat voegt diepte toe. Moster werkt ook goed als marinade: meng een eetlepel mosterd met de olijfolie en schep dat door de groenten.
Andere groenten die je mee kunt bakken zijn zoete aardappel, rode ui of wortel. Die hebben een vergelijkbare gaarheidsijd als spruitjes en passen prima op dezelfde plaat. Kippendijtjes of worstjes erbij maken het een nog completere maaltijd, al moet je dan letten op de gaarheidstemperatuur van het vlees.
Tips voor het beste resultaat
Droog de spruitjes goed voor je ze op de bakplaat legt. Water op de groenten is de grootste vijand van een knapperige schil. Gebruik een ruime hoeveelheid olie, maar overdrijf niet: twee à drie eetlepels voor de hele plaat is genoeg. Te veel olie maakt het vettig, te weinig geeft droge en taaie groenten.
Draai de bakplaat halverwege de baktijd een kwartslag als je oven niet gelijkmatig verwarmt. Zo voorkom je dat één kant verbrandt terwijl de andere kant nog rauw is. Controleer de spruitjes na 20 minuten met een vork: ze moeten aan de binnenkant zacht aanvoelen maar aan de buitenkant stevige, bruine randjes hebben.
Een traybake met spruitjes en spekjes is op zijn best direct uit de oven. De dag erna smaken de spruitjes nog prima, maar de knapperigheid is dan grotendeels weg. Bewaar restjes afgedekt in de koelkast en warm ze eventueel kort op in een hete pan in plaats van de magnetron, dan houd je de textuur iets beter.



