Bami uit de slowcooker: zo maak je het stap voor stap

Bami uit de slowcooker is verrassend eenvoudig en levert een smeuïg, smaakvol gerecht op waar weinig werk aan zit. Je gooit de ingrediënten in de pot, zet hem aan en een paar uur later staat er een complete maaltijd klaar. De truc zit hem in de volgorde: de noedels voeg je pas aan het einde toe, zodat ze niet te gaar worden.
Wat heb je nodig voor bami slowcooker?
Voor een portie die vier personen voedt gebruik je de volgende ingrediënten:
- 500 gram kipfilet (in stukken gesneden)
- 300 tot 400 gram baminestjes
- 1 rode paprika, in reepjes
- 400 gram bami groentepakket (kant-en-klaar uit de supermarkt)
- 4 knoflookteentjes, fijngehakt
- 0,5 theelepel sambal (of meer naar smaak)
- Ketjap manis: ongeveer 4 tot 5 eetlepels
- Oestersaus of sojasaus: 2 eetlepels
- Een klein scheutje sesamolie voor extra smaak
Het groentepakket maakt het extra makkelijk: je hoeft zelf niets te snijden. Wil je variëren, dan werkt een mengsel van wortel, prei, taugé en bosui ook goed. Gebruik verse knoflook in plaats van poeder; dat geeft duidelijk meer smaak in een slowcooker omdat de kruiden rustig de tijd krijgen om los te komen.
Stap voor stap: bami in de slowcooker
Leg de kipfilet als eerste in de slowcooker. Strooi de knoflook erover en voeg de paprika en het groentepakket toe. Meng de ketjap, oestersaus en sambal in een kommetje en giet dit over het geheel. Roer kort door elkaar, zet de deksel erop en laat alles op de lage stand (low) vier uur garen, of op de hoge stand (high) twee tot tweeënhalf uur.
Tegen het einde van de gaartijd leg je de baminestjes bovenop de rest in de slowcooker. Doe de deksel erop en laat de noedels in tien tot vijftien minuten gaar worden in het vocht en de stoom. Roer daarna alles goed door zodat de saus gelijkmatig verdeeld wordt. Proef en voeg eventueel extra ketjap of sambal toe.
Let op: voeg de noedels nooit al aan het begin toe. Dan worden ze papperig en vallen ze uit elkaar. Tien minuten voor het einde is precies goed.
Tips voor het beste resultaat
Een slowcooker werkt met weinig vocht, maar bami heeft vochtige noedels nodig. Zorg dat er genoeg saus in zit voordat je de noedels erbij doet. Is de saus te droog, voeg dan een klein beetje water of kippenbouillon toe, een paar eetlepels is al genoeg.
Kies voor dunne baminestjes in plaats van dikke mie. Dunne noedels garen sneller en nemen de smaak beter op. Rijstnoedels werken overigens ook prima als je glutenvrij wilt eten; die hebben zelfs iets minder tijd nodig.
Wil je meer pit? Voeg een eetlepel sambal oelek toe aan de saus. Wil je het milder houden voor kinderen? Laat de sambal weg en voeg een klein beetje suiker toe aan de ketjap voor een zoetere smaak.
Kan je bami slowcooker van tevoren maken?
Ja, en dat is juist handig. Je kunt de saus, de kip en de groenten de avond ervoor al in de binnenkom zetten en die een nacht in de koelkast bewaren. De volgende ochtend zet je de kom in de slowcooker en druk je op start. De noedels voeg je nog steeds pas aan het einde toe.
Restjes bewaar je maximaal twee dagen in de koelkast. Opwarmen in de pan met een klein scheutje water voorkomt dat de bami uitdroogt. Invriezen kan ook: doe de bami dan zonder noedels in de vriezer en kook verse noedels als je het gerecht opwarmt.
Bami uit de slowcooker is een gerecht dat zichzelf bijna klaarmaakt. Tien minuten voorbereiding, een paar uur wachten en je hebt een complete, smaakvolle maaltijd. Ideaal voor drukke doordeweekse dagen waarop je ’s avonds niet lang in de keuken wilt staan.



