Draadjesvlees in de slowcooker: zo maak je het perfect

Draadjesvlees uit de slowcooker is verreweg de makkelijkste manier om dit klassieke gerecht te maken. Je legt het vlees in de pot, voegt een paar ingrediënten toe, en na enkele uren heb je vlees dat zo mals is dat het vanzelf uit elkaar valt. Geen gedoe, geen continu roeren, gewoon geduld.
Het beste vlees voor draadjesvlees in de slowcooker
Sukadelappen zijn de beste keuze voor draadjesvlees in de slowcooker. Dit stuk rundvlees zit vol bindweefsel en vet, wat tijdens het langzame garen smelt en het vlees ongelooflijk mals maakt. Door die structuur werkt het juist beter bij lage temperatuur en lange gaartijd dan in een snellesnelkookpan of oven.
Andere geschikte stukken zijn riblappen of runderschenkel. Mager rundvlees zoals biefstuk werkt niet: dat wordt taai en droog in de slowcooker in plaats van mals. Kies altijd voor vlees met wat vet en bindweefsel erin.
Draadjesvlees slowcooker: gaartijden en standen
De meeste slowcookers hebben twee standen: low en high. Voor sukadelappen geldt als vuistregel:
- High: 5 tot 6 uur
- Low: 8 tot 10 uur
Op de high-stand is het vlees na 5 tot 6 uur gaar en draadvormig, precies zoals het hoort. Op low doe je er langer over, maar het eindresultaat is vergelijkbaar. Low is handig als je het vlees ’s ochtends opzet voordat je naar je werk gaat. Let op: open de deksel zo min mogelijk tijdens het garen. Elke keer dat je de deksel optilt, verliest de pot warmte en loopt de gaartijd op.
Basisrecept stap voor stap
Dit is wat je nodig hebt voor circa 4 personen:
- 600 tot 800 gram sukadelappen
- 2 uien, grof gesneden
- 2 teentjes knoflook
- 2 laurierblaadjes
- 2 kruidnagels
- 1 eetlepel mosterd
- 150 ml runderbouillon of donker bier
- Peper en zout
Bak het vlees kort aan in een koekenpan met wat boter of olie. Dit stap is niet strikt verplicht, maar het zorgt voor meer smaak door de bruinkorst die ontstaat. Breng het vlees dan over naar de slowcooker, leg de ui en knoflook eronder en eromheen, en voeg de overige ingrediënten toe. Zet de deksel erop en stel de gewenste stand in.
Na de gaartijd haal je het vlees uit de pot en trek je het uit elkaar met twee vorken. Het vlees valt dan vanzelf in draden uiteen. Dat is precies hoe draadjesvlees er moet uitzien.
Valkuilen bij slowcooker draadjesvlees
Te veel vocht is een veelgemaakte fout. In de slowcooker verdampt bijna geen vocht, omdat de deksel er doorlopend op zit. Voeg daarom minder bouillon toe dan je bij een stoofpot op het fornuis zou doen. 150 ml is meestal genoeg voor de smaak en om aanbranden te voorkomen.
Ook te weinig gaartijd is een probleem. Sukadelappen die nog maar 3 uur op high hebben gestaan, zijn nog niet draadjaar. Het vlees voelt dan taai en droog, terwijl het eigenlijk meer tijd nodig heeft om het bindweefsel te laten oplossen. Heb je haast, dan is een slowcooker eigenlijk niet het juiste gereedschap.
Tot slot: zout na het garen toevoegen werkt beter dan ervoor. Zout trekt vocht uit het vlees tijdens het garen, wat de malsheid niet ten goede komt.
Wat serveer je erbij?
Draadjesvlees uit de slowcooker past bij aardappelpuree, stamppot of rijst. Het vocht dat achterblijft in de pot is een kant-en-klare jus. Giet dat vocht in een steelpan, laat het even inkoken en je hebt een rijke saus zonder extra moeite. Je kunt de jus eventueel iets binden met een klein beetje maizena opgelost in koud water.
Wie de volgende dag nog restjes heeft, merkt dat draadjesvlees opgewarmd nog lekkerder smaakt. De smaken trekken verder in en het vlees wordt nog malser. Je kunt het ook gebruiken als vulling voor een broodje of als topping op een hartige tosti.



